Ballondoek -VOORDEELPAKKET-
Ballondoek -VOORDEELPAKKET-
€ 199,50

Zitslang 600 x Ø 40 cm
Zitslang 600 x Ø 40 cm
€ 329,50

Optie -MUSKIETENNET-
Optie -MUSKIETENNET-
€ 68,95

Fluostaaf -MASSIEF- Ø5 mm
Fluostaaf -MASSIEF- Ø5 mm
€ 2,95

Speelmatras v.v. -MARA SKIN HOES-
Speelmatras v.v. -MARA SKIN HOES-
€ 399,50

Introductie arrow Informatie arrow Snoezel-uitleg
IntroductieCatalogusInformatieSnoezel LeaseKijk verder >>

Snoezel-uitleg Print E-mail
Snoezelen: Hier lig ik stil te snuisteren een geur van zoete medicijn te loeren en te luisteren sproeit uit de pel van mandarijn te dromen en te doezelen tussen slingers van spaghetti wat ik nu doe heet snoezelen strooi ik kruimels van confetti ik flodder in mijn blote poep kom steek je strootje in het sop temidden van de hele troep blaas bellen met veel vensters op en zabber op mijn wollen pels laat ze dansen laat ze swingen ik leef zo graag en ik heet Els maak ze groot en doe ze springen ik stoei zolang als jij er bent beweeg mijn vingers op de snaren jij die mij altijd weer verwent doe ze strelen door je haren je hele lijf spreekt tederheid roffel op je tamboerijn jij bent mijn snoezelmeid en laat ook mij je speelman zijn ik hoef nu heerlijk niets te doen zo zie je maar hoe ik geniet en krijg daarvoor ook nog een zoen dat tonen nee dat durf jij niet op mij maakt zich nu niemand boos bij u moet alles ernstig zijn ik mag genieten oeverloos te groot mag jij geen kind meer zijn laat dat zo duren uren lang verlaat je deftige bureau ik ben nu ook voor niets meer bang en daal weer af op mijn niveau wie snoezelt hoeft ook niets te vrezen ik zal je lekker laten spelen mag steeds blij en lustig wezen nooit zal jij je rot vervelen ik laat me gaan door het minste zuchtje vergeet je pen en je kravat water wind een klein geruchtje kom binnen in mijn ballenbad door een regenboog ballonnen daar gaan we konkelfoezelen schijnt een zon vol lampionnen kom laat ons samen snoezelen Dit gedicht is geschreven door Luk Bekaert. WAT IS SNOEZELEN? • Snoezelen-Een selectief aanbieden van primaire prikkels op zintuiglijk gebied in een sfeervolle omgeving: Primaire prikkels zijn zeer eenvoudige basisprikkels op zintuiglijk gebied, bv. ballonnen die bewegen. (visuee1) Het aantal overbodige prikkels wordt tot een minimum beperkt. De prikkels kunnen afzonderlijk per zintuig aangeboden worden, hoewel dit nooit heel strikt te scheiden is. Een zintuiglijke ervaring is meestal een ervaring die via verschillende zintuigen binnenkomt. • Snoezelen-Een primaire activering van kleuters en kinderen met een handicap, vooral gericht op de zintuig1ijke waarneming en ervaring door middel van licht, geluid, tast, reuk en smaak. De totale omgeving moet zodanig zijn dat ze uitnodigend is voor het kind. Het kind moet niet presteren, maar mag ingaan op de aangeboden uitdagende omgeving. Dit alles gebeurt in een sfeervolle omgeving: rust, licht, geluid, voelelementen, enz... zijn sfeermakers. • Snoezelen-Ongedwongen belevenismomenten: Begeleiders moeten tijd gunnen voor de persoonlijke beleving. Het kind krijgt zoveel mogelijk de vrijheid om zelf te kiezen en zijn eigen tempo te ontwikkelen, zodat het rustig kan genieten van de verschillende ervaringen. (Zie ook de grondhouding bij het snoezelen.) Samenvattend kunnen we zeggen dat we tijdens het snoezelen trachten om op se1ectieve wijze, primaire, zintuiglijke prikkels aan te reiken in een sfeervolle omgeving. Vanuit het grootste respect voor het kind, gaan we hen minimaal begeleiden, zodat ze uit zichzelf tot spel kunnen komen in de eigen zintuiglijke ervaring. Men mag de snoezelmaterialen wel aanbieden, maar niet opdringen. Men moet het kind volgen in zijn ontdekking door observatie, stimulatie en bevestiging.Als begeleider mag je niet de leidende figuur zijn. Het kind moet zelf op ontdekking kunnen gaan. Als begeleider moet je even van op afstand kunnen observeren en vanuit deze observaties in interactie treden met het kind. SNOEZELEN IS EEN PROCES..!! Snoezelen is: Opbouw van sfeer De eerste stap in het snoezelen is het creëren van een sfeer, waarin de voorwaarden geschapen worden voor het opbouwen van geborgenheid en intimiteit. Deze sfeer wordt opgebouwd met zintuiglijke prikkels, vooral sfeerprikkels. Snoezelen is: Het licht is warm en gedempt. Snoezelen is: Het geluid of de muziek is zacht en rustig. Snoezelen is: De geur is rustgevend. Snoezelen is: Het kind zit of ligt comfortabel. Bij het praten gaat het niet om de inhoud van de woorden. Een zachte, warme en koesterende stem werkt rustgevend en uitnodigend. Ook zachtjes neuriën of zingen kan sfeervol overkomen. De zintuiglijke prikkels zijn nog niet bedoeld om te stimuleren maar scheppen voorwaarden voor de volgende stap in het snoezelproces. Snoezelen is: Opbouwen van een affectief contact De primaire relationele voorwaarde is dat de ouder of begeleider zich goed voelt bij wat hij/zij doet. Zij moeten zich ontspannen voelen en niet te veel bezig zijn met de juiste technieken. Niet-technische vaardigheden, maar hun nabijheid in het contact tellen op dat moment. De relatie en het wederzijdse vertrouwen zijn heel belangrijk. Doorheen het contact ontstaat de mogelijkheid om een relatie op te bouwen, niet van de opvoeder of de begeleider tot het kind met een handicap, maar wel van mens tot mens, in respect met mekaars anders zijn. Respect is een houding, een manier van mensen te waarderen. Respect houdt in dat de ouder of de begeleider de ander waardeert en hem probeert te bereiken op zijn niveau, in zijn wereld. Dit veronderstelt dat de ouder of de begeleider een grondig inzicht heeft in de persoon met een handicap. Hij moet die individuele mens goed kennen in zijn noden en behoeften, in zijn persoonlijkheid in zijn levensloop. Hij moet vertrouwd zijn met de lichaamstaal van de andere, immers langs die weg uit de andere zijn noden en wensen. De ouder of de begeleider moet weten hoe de persoon met een handicap angst uitdrukt of hoe ontspanning zich manifesteert, ... Als iemand het contact als fijn ervaart, dan is dat te merken aan zijn lichaam. Zijn ledematen, gezicht ontspannen zich, of hij gaat zich meer toewenden naar de ouder of de begeleider bv. hem vast te nemen of hem met zijn blik te volgen..!! Bij snoezelen is het heel belangrijk dat je een relatie aangaat met de kinderen. Snoezelen is: Uitbreiden van het waarnemingsveld. De ouder of de begeleider gaat selectief prikkels aanbieden om het kind met een handicap meer naar buiten te richten. De intensiteit van de prikkel moet van die aard zijn dat iemand geprikkeld, uitgedaagd wordt om te exploreren, maar niet overprikkeld geraakt. Bij het snoezelen is het belangrijk dat een evenwicht gezocht wordt tussen stimulerend relaxen, tussen prikkelen en rust bieden. Het stimuleren van de zintuigen moet op een zodanige manier gebeuren, dat dit niet tot overbelasting leidt. Als het snoezelen ontaardt in een te groot en te sterk aanbod aan prikkels, dan creëert men angst. Deze angst versterkt juist het isolement, in plaats van het te doorbreken. Hoeveel prikkels en hoe snel deze elkaar moeten opvolgen, wordt bij een goed contact meteen voelbaar aangegeven door het kind met een handicap zelf. Het zal signalen geven dat het deugd doet, dat het hem raakt, dat het binnenkomt, met andere woorden hij zal de ander in zijn wereld toelaten. Tijdens het uitbreiden van het waarnemingsveld blijft de ouder of de begeleider steeds in voortdurend contact met het snoezelend kind, hetzij via direct lichamelijk contact, hetzij via oogcontact. GRONDHOUDING VAN DE BEGELEIDER. Snoezelen is: De juiste sfeer De begeleider of de ouder moet de typische snoezelsfeer gebruiken en versterken door observatie, een vriendelijk woord en een zacht praten. De begeleider houdt rekening met het tempo en de reacties van de persoon met een handicap. Snoezelen is: De mogelijkheid om zelf te kiezen. De keuze van welke snoezelactiviteit de persoon met een handicap doet, wordt niet bepaald door de begeleider, maar door de persoon met een handicap zelf. Ieder zal de aangeboden prikkels anders ervaren. Wat de ene persoon relaxerend ervaart, zal de andere persoon weinig interesseren. Snoezelen is: De mogelijkheid om zelf het tempo te bepalen. Haast past niet bij het snoeze1en. De persoon met een handicap moet de tijd krijgen om de prikkels waar te nemen, ervaringen op te doen en dit op zijn eigen tempo. Snoezelen is: Herhaling. Het is aan te raden om bij het snoezelen een zekere frequentie in te bouwen. Bij het aanbieden van nieuwe prikkels moet de vertrouwdheid met de reeds aanwezige prikkels groot zijn. Het aanbieden van nieuwe prikkels krijgt meer positieve aandacht in een vertrouwde omgeving met reeds herkenbare en aangename prikkels. Snoezelen is: Voorbereiding. Het is van belang dat de persoon met een handicap geleidelijk geïntroduceerd wordt in de snoezelruimtes. Gehaast aankomen en daarna snel binnenwippen in de snoezelruimtes is het tegenovergestelde van wat de snoezelruimtes willen aanbieden. Snoezelen is: Basishouding. De begeleider moet zijn eigen invloed, eigen verwondering en emoties op de aangeboden (snoezel)prikkels niet op de voorgrond plaatsen en niet in communicatie brengen. Hij tracht zich te verplaatsen in de wereld van de persoon met een handicap. Dit geeft de persoon met een handicap de maximale kans om de eigen verwondering en bewondering in communicatie te brengen. De begeleider kan de emoties en ervaringen, die de persoon met een handicap naar voren brengt tijdens het snoezelen (via zijn verbale en non-verbale taal), aandacht geven en versterken door het in communicatie brengen. De begeleider mag dus niet passief toekijken. Hij mag echter niet zijn eigen ervaringen en gevoelens het gebeuren laten bepalen. Er mag geen eisend of opdringerig gedrag vertoond worden. Snoezelen en de geschiedenis: Ideeën in verband met snoezelen worden voor het eerst in Amerika door CB. Cleland en C.M. Clark in 1966 beschreven. Beide pioniers zijn ervan overtuigd dat mensen met een mentale handicap op een unieke manier, vanuit eigen keuze en tempo kunnen genieten in een ruimte waar de zintuigen op een selectieve manier worden gestimuleerd. Ze noemen die ruimtes sensorial cafetaria. In Nederland wordt in 1974 dit idee overgenomen door het ontspanningscentrum Huize Haarendael. Men bouwt er voor personen met een diep mentale handicap een ontspanningsruimte die aansluit bij hun zintuiglijke ervarings- en belevingswereld: een snoezelruimte. Het succes van dit experiment vindt al vlug weerklank in andere instellingen in Nederland en België. De methodiek snoezelen raakt stilaan in het alledaagse leefgroepsgebeuren ingeburgerd en kan ook voor andere doelgroepen uitgedacht worden. Er was een bepaald beeld (vanuit de psychotherapeutische visies), hoe een verstandelijk gehandicapte persoon zijn wereld beleeft. Vanuit deze belevingen werden verschillende ontspanningsmogelijkheden ontwikkeld. In Huize Hartenberg te Ede begonnen Ad Verheul en Jan Hulsegge een begrip voor deze activiteiten te ontwikkelen. Ze gebruikten hierbij de begrippen doezelen en snuffelen. Ze koppelden deze twee begrippen tot het woord “snoezelen”. In Frankrijk kwam er een reactie op het woord "le snoezelen" omdat het een naamwoord werd. In Denemarken, Spanje en Portugal heeft het snoezelen intrede gedaan in de zorgverlening, in die vorm dat snoezelachtige benaderingen onder de naam van zintuiglijke activering plaats vonden. Sommigen gebruiken voor snoezelen andere namen zoals: primaire activering, basale stimulatie, sensomotorisch stimuleren, gevoelsactiviteiten. Al deze activiteiten verschillen onderling in intensiteit en hebben verschillende kernpunten, maar het gemeenschappelijke kenmerk is het gebruiken van de zintuigen als poort tot het maken van contact. Toch willen we er op wijzen dat snoezelen niet hetzelfde is als basale stimulatie. Dit wordt in sommige landen ten onrechte met elkaar gelijk gesteld. Snoezelen is een begrip, waaraan wij verschillende interpretaties kunnen verbinden. Vaak worden als positieve associaties warmte en geborgenheid genoemd evenals veiligheid, tederheid, rust en jezelf kunnen zijn. Aan de andere kant kunnen ook andere associaties bv.: ongewenste intimiteiten, zelfs seksualiteit naar voor komen. Het woord appelleert sterk aan vroege gevoelens en behoeften, bijvoorbeeld nabijheid willen ervaren of lichamelijk contact willen hebben. Daarom ontmoeten wij eigenlijk 2 posities: De enthousiaste voorstanders, die snoezelen een goede manier van contact maken vinden. Hier wordt het snoezelen beschouwd als een goede manier om met waarneming te werken in het alledaagse leven. Er is sprake van positieve gedragsveranderingen en ontspanning. Aan de andere kant vinden wij ook de radicale tegenstanders die van mening zijn dat de c1iënten hier gebruikt worden. Hij ziet het als een gevaar dat het snoezelen als een methode wordt beschouwd dat het "Apartheidsdenken" legitimeert. Overeenkomsten bij het associëren zijn dat snoezelen naar een gevoel verwijst, dat in verbinding staat met een warme sfeer. Het samen ontspannen en lichamelijke nabijheid zijn belangrijke elementen van snoezelen. Het boek Contact in nabijheid (Verdult R.) biedt hier nog een verdere omschrijving van het begrip snoezelen. Bij het snoezelen gaat het altijd om het voorzichtig exploreren van de omgeving. Dat betekent dat het snoezelen wordt gebruikt als een methode om ervaringen in de omgeving te kunnen opdoen binnen een beschermend kader. Waar het begrip vandaan komt is niet helemaal duidelijk. Er zijn wel verschillende visies: Snoezelen is: snuffelen en doezelen Snoezelen is: snoezig, erg lief om te zijn, schattig, snoeperig Geelen (1995) suggereert dat snoezelen is afgeleid van het Engelse woord snooze, dutje doen Door het ontwikkelen van dit begrip wordt de externe ontwikkeling gestimuleerd. Andere instellingen waren nu in staat hun kennis met elkaar uit te wisselen en de hele ontwikkeling te bevorderen. Het snoezelen is dus een begrip voor activiteiten, die binnen een bepaald kader en met betrekking tot een bepaalde doelgroep zijn ontwikkeld. De doelgroep waarover het hier gaat zijn mensen met een verstandelijke handicap. Wij zijn van mening dat het woord snoezelen ontstaan is in Nederland door Ad Verheul. Snoezelen is immers als woord ontstaan uit de samenvoeging van twee woorden: snuffelen en doezelen. Snuffelen staat voor primaire activering: vooral gericht op zintuiglijke waarneming en ervaring van: licht, geluid, reuk, smaak en al wat voelbaar is. Dit ingaan op je omgeving is een meer actief gebeuren. Doezelen staat voor een warm en behaaglijk gevoel van rust, ontspannen zijn, je overgeven aan… en is een meer passief gebeuren. Dit passief gebeuren wordt tot nu bij het snoezelen meer benadrukt dan de actieve vorm. DOELEN Snoezelen is: Een zinvolle vrijetijdsbesteding. Het is vaak een uitdaging voor de begeleiders en de ouders om de vrije tijd van de persoon met een handicap zinvol in te vullen. Het bestaande vrije tijdscircuit is vaak ontoegankelijk of onveilig voor de persoon met een handicap. Snoezelen is een belangrijk hulpmiddel om een aangepaste vrijetijdsbesteding aan te bieden op het niveau van de persoon met een handicap. Bovendien kan snoezelen als vrije tijdsactiviteit als een gezinsgebeuren ervaren worden. Zowel de persoon met een handicap als de andere gezinsleden zullen de aangename effecten van het snoezelen gezamenlijk ervaren. Snoezelen is: Relaxatie. Dankzij het aanbod van prikkels en het creëren van een aangename sfeer kan de persoon met een handicap zich ontspannen, zowel psychisch als fysisch. Snoezelen is: Activeren. De persoon met een handicap krijgt de kans om de passiviteit en de sleur in zijn leven te doorbreken. Het is van belang dat de aangeboren prikkels niet als dwang overkomen bij de persoon met een handicap. Snoezelen is: Nieuw aangeboden prikkels verkennen. Binnen het snoezelen worden kansen aangeboden om op andere manieren te functioneren, met name ruiken, betasten, zien, voelen, bewegen, enz. op een wijze dat het aangenaam is. Het aanbieden van zintuiglijke prikkels werkt rechtstreeks in op het eigen en vaak beperkte mentale niveau van de persoon met een handicap. Deze aangeboden prikkels zal de persoon met een handicap gemakkelijker ontvangen op een positieve wijze. Snoezelen is: Communicatie bevorderen. Snoezelen kan een uitnodiging zijn tot communicatie tussen de persoon met een handicap en de ouder of de begeleider. Het geeft de kans aan de ouder om de belevingswereld van de persoon met een handicap beter te leren kennen en te communiceren op het niveau van de persoon met de handicap. Voor mentaal gehandicapten vormt het sensorisch en lichamelijk beleven het communicatiekanaal bij uitstek om informatie uit te zenden en te ontvangen. De lichaamstaal blijft een belangrijk informatiemiddel om de belevingswereld van de persoon met een handicap te verstaan en erover te communiceren. Het snoezelen met de andere gezinsleden geeft de mogelijkheid om samen met het gezinslid met een handicap op een andere en positieve wijze te communiceren. Het is een gezamenlijke activiteit die uitnodigend werkt op de positieve communicatie tussen de gezinsleden onderling. Het snoezelen kan in dit verband tot doel hebben het interactieproces tussen snoezelaars (broers en zussen, vrienden, familieleden, enz.) uit te breiden. VORMEN Het snoezelen richt zich op verschillende elementen namelijk: Het tactiele snoezelen: Binnen de snoezelruimte mag zeker de aandacht voor de tast niet ontbreken. Het is één van de meest elementaire belevingen binnen een snoezelruimte. Mensen met een mentale handicap maken veel gebruik van de tast om een beeld van hun omgeving te verkrijgen. Het auditieve snoezelen: Direct na de geboorte begint naast de motorische ontwikkeling, de ontwikkeling van het gehoor. De ontwikkeling van het gehoor en de muzikale ontwikkeling, aanvankelijk het maken van brabbelgeluiden komen eerst. De ontwikkeling van de spraak komt later. Wanneer we omgaan met personen met een mentale handicap en zeker bij personen met een ernstig mentale handicap is dat het geval. We komen vaak tot de constatering dat ze wel horen, maar niet luisteren. Met andere woorden van fysiologisch horen is er wel sprake, maar niet van bewust horen of luisteren. Dit vergt een grote mate van opmerkzaamheid en concentratie bij de persoon met een ernstig mentale handicap. Het visuele snoezelen: Wat voor horen en luisteren geldt, gaat ook op voor het kijken en zien. De persoon met een ernstig mentale handicap ziet wel, maar kijkt vaak niet. Kijken is niet bewust zien. Geur en smaak snoezelen: In een snoezelruimte kunnen geur en smaak belangrijke componenten zijn om de zintuiglijke ervaring te optimaliseren. Dit is echter geen eenvoudige zaak. Dit omdat een bepaalde geur voor een bepaalde persoon aangenaam kan zijn en voor de andere persoon juist niet. Voor- en nadelen De voordelen van het snoezelen: Contactbevorderend. Tijdens het snoezelen kan de begeleider de snoezelaar heel wat meer individuele aandacht geven dan in het gewone, dagelijkse leven. Bovendien is het een activiteit waarbij begeleider en snoezelaar samen nieuwe ervaringen opdoen. Hierdoor kan de begeleider zich in de snoezelaar verdiepen, diens signalen opmerken en leren begrijpen. Op deze manier kan er tussen hen een band van vertrouwen ontstaan of bevorderd worden. Invloed van het snoezelen op het dagelijkse leven: De specifieke manier waarop er met personen met een mentale handicap wordt omgegaan tijdens het snoezelen, kan een gunstige invloed uitoefenen op de omgang met deze mensen in het dagelijkse leven. Het is mogelijk dat de begeleiding vanuit hun ervaringen tijdens snoezelmomenten ook in de praktijk van elke dag meer aandacht gaat hebben voor snoezelsituaties. Bovendien kan snoezelen effect hebben op de bouw en inrichting van de woonleefruimte. Respect tijdens het snoezelen voor personen met een mentale handicap: Snoezelen is een activiteit waarbij duidelijk sprake is van respect voor de personen met een mentale handicap. Het is belangrijk dat snoezelen op het tempo en volgens de keuze van de snoezelaar gebeurt. De persoon krijgt de kans ervaringen op te doen op zijn niveau en zonder druk van de omgeving. Hij komt terecht in een belevingswereld waarin hij zich veilig kan voelen en volledig zichzelf mag zijn. Er worden geen verwachtingen gesteld. Nog meer dan in andere situaties wordt er van uitgegaan van zijn mogelijkheden in plaats van zijn beperkingen. Bovendien krijgen begeleiders dankzij het snoezelen meer aandacht en begrip voor het zintuiglijke beleven. Stimulerend, activerend en ontwikkelingsbevorderend snoezelen: Bij het snoezelen komt men terecht in een totaal andere omgeving. Deze verandering kan op zich reeds erg stimulerend werken voor de persoon met een mentale handicap. Bovendien worden in deze nieuwe omgeving op selectieve wijze prikkels aangeboden waardoor het waarnemen en ervaren geoptimaliseerd wordt. Het snoezelen nodigt uit op een spontane, ongedwongen manier de omgeving te verkennen. Aangezien de zintuigen op allerlei manieren geprikkeld worden, is deze activiteit erg bevorderend voor de zintuiglijke ontwikkeling. Snoezelen is echter meer dan zintuiglijke stimulatie en activering. Het is een totaalbeleven waarbij de persoon zowel zintuiglijk als emotioneel wordt aangesproken. Ontspannings-snoezelen: Tijdens het snoezelen wordt de persoon met een mentale handicap de kans geboden tot rust te komen. In een sfeervolle, weinig complexe, niet-eisende omgeving kan hij aangename, prettige ervaringen opdoen. De begeleiding tijdens het snoezelen: De begeleiding tijdens het snoezelen dient niet te gebeuren door ‘snoezelspecialisten’. De mensen die de persoon met een mentale handicap in de gewone leefwoonsituatie begeleiden, zijn perfect in staat dit ook te doen tijdens het snoezelen. Dit kunnen zowel hulpverleners (bijvoorbeeld opvoeders) als ouders zijn. De ouders kunnen dus als deskundigen aangeduid worden. Snoezelen is bovendien een activiteit die een positieve invloed heeft op de begeleiders. Doordat deze activiteit zichtbaar aanslaat bij de snoezelaars, beleven de begeleiders meer plezier aan hun werk. Snoezelen mag beschouwd worden als een arbeidsvreugdeverhogende activiteit. Ook voor de ouders heeft snoezelen een motiverend effect. De nadelen van het snoezelen: Snoezelen is een activiteit die vanuit de praktijk is ontstaan. De theoretische onderbouw is echter zeer beperkt. Bovendien is er weinig eensgezindheid met betrekking tot de filosofieën over snoezelen. Tenslotte mag de persoon met een mentale handicap tijdens de snoezelactiviteit bepaalde handelingen stellen, die in de dagelijkse leefsituatie niet getolereerd worden (bv. met lichtschakelaars spelen). Dit kan bij de snoezelaars voor verwarring zorgen. Verschil tussen de snoezelruimte en de snoezelhoek. "DE SNOEZELRUIMTE" De snoezelruimte is veel groter in oppervlakte. Er is ook veel duurder materiaal gebruikt en de “toestellen” zijn ook groter. (Ballenbad, hangmat, bubbelunit, softplaymatten.) Voorts is er nog een discobol die ronddraait, projecties op de muur, lichtgevende sterretjes,… De snoezelruimte wordt op een vooraf bepaald moment bezocht. Meestal zijn er meerdere groepen in de snoezelruimte aanwezig. Daardoor kan het zijn dat het kind zich niet zo vertrouwt voelt in die omgeving. Doordat de kinderen slechts één tot twee maal per week voor een uurtje naar de snoezelruimte gaan, kan het zijn dat ze zich niet zo veilig voelen in die ruimte. De prikkels die in de snoezelruimte aangereikt worden, zijn niet zo specifiek gericht op één zintuig. Er kan eerder passief “gedoezeld” worden, door de sfeer. (gedempt licht, discobol die ronddraait en weerkaatst op de muur,…) Doezelen is een passief gebeuren waarbij je een warm en behaaglijk gevoel van rust en ontspanning ervaart. De mogelijkheid om actief te snoezelen is er eerder beperkt. Hiermee bedoelen we actief in de zin van “snuffelen”; primaire activering die gericht is op zintuiglijke waarneming van ervaringen van licht, geluid, reuk, smaak, en al wat voelbaar is. Actief is dus niet letterlijk te interpreteren als een actieve inspanning. Een balletje uit het ballenbad betasten, er aan ruiken,… is immers actief snoezelen (“snuffelen”), ook al ligt het kind hierbij rustig neer. Lustig springen in het ballenbad is niet per definitie actief snoezelen. Indien het kind springt in het ballenbad en zo bewust de (on)stabiliteit ervaart van een ballenbad, is dat actief snoezelen. Maar wanneer het kind zich eens goed afreageert en laat gaan in het ballenbad kan dit ook passief snoezelen zijn (“doezelen”). Het is moeilijk om hierin een strikte scheiding te trekken. Wat voor het ene kind ervaren wordt als “snuffelen”, kan voor het andere kind eerder ervaren worden als “doezelen”. Bv. Iemand kan actief “snuffelen” aan de geur die er verspreid wordt via de geurverdamper. Maar iemand kan ook passief doezelen en genieten van de geur die in de ruimte verspreid wordt door de verdamper. Het hangt er een beetje van af of je de prikkel gericht en bewust ervaart of je het eerder op de achtergrond en als sfeerelement ervaart. Doordat er in de snoezelruimte niet zo heel veel elementen zijn die een specifiek zintuig aanspreken, is er minder mogelijkheid is tot actief snoezelen. Het passieve snoezelen wordt meer benadrukt. Deze tendens vinden plaats in vele snoezelruimtes. Het is vooral in Nederland te zien dat ook de actieve vorm van snoezelen niet verwaarloosd mag worden in het proces van zintuigstimulering. “DE SNOEZELHOEK” Wanneer het kind de behoefte heeft om te “snuffelen” of te “doezelen”, kan dit. Doordat de snoezelhoek geïntegreerd is in de klas, kan het kind op eigen tempo en wanneer hij/zij dit wil snoezelen. In de snoezelhoek kunnen we veel gerichter prikkels aangebieden op het ontwikkelingsniveau van de kinderen uit de klas. Er worden veel gerichter prikkels aangeboden per zintuig. Het is zowel gericht op het actief (snuffelen: iets verkennen) als passief (doezelen: genieten, rusten, je over geven aan) snoezelen. Het actief snoezelen kan aan de hand van de voelpanelen, de voelzakjes en de geurzakjes,… Passief snoezelen wordt mogelijk gemaakt onder de hemelsluier, met de kussens rondom je, new-agemuziek op, … of al schommelend in de schommelzetel. De snoezelhoek heeft ook meer losse elementen zodat je de elementen naar het kind kan brengen. Daardoor kan het kind vanuit zijn eigen vertrouwde plaats “snuffelen”. Doordat de snoezelhoek geïntegreerd is in het vertrouwde klaslokaal, voelt het kind zich misschien veiliger om op ontdekking te gaan. Snoezelruimte versus snoezelhoek “DE SNOEZELRUIMTE”: aparte ruimte, grotere ruimte, meestal meerdere groepen in de snoezelruimte. Mogelijk gevolg: minder vertrouwde ruimte. De kinderen voelen zich er niet zo veilig en zijn niet zo snel geneigd om op verkenning te gaan. De kinderen voelen zich niet zo veilig en durven niet zo ver op verkenning gaan in de snoezelruimte. Vooral visuele prikkels -zowel visuele, tactiele als auditieve prikkels. Enkele vaste elementen, op een vaste plaats. Het kind kan enkel snoezelen op het moment dat dit gepland is. Prikkels zijn niet zo specifiek gericht op één zintuig. “DE SNOEZELHOEK”: geïntegreerd in de klas, beperkte ruimte,-enkel de kinderen uit de klas kunnen in de snoezelhoek. Mogelijk gevolg: vertrouwde ruimte. De kinderen kennen de ruimte en voelen zich er vertrouwd en veilig. Mogelijk gaan ze daarom sneller op verkenning. De kinderen voelen zich veiliger en durven sneller op verkenning te gaan of kunnen beter ontspannen. Voornamelijk passief snoezelen -zowel actief (“snuffelen”) als passief snoezelen (“doezelen”). Ook losse elementen, zodat je ze aan het kind kan geven. Het kind kan snoezelen wanneer het daar behoefte aan heeft. Gerichter aanbieden van prikkels omdat er gerichter materiaal aangekocht is, aangepast aan het ontwikkelingsniveau van het kind. De bedoeling van basale stimulatie is het laten ervaren van zijn eigen persoon en van zijn eigen lichaam. Snoezelen is dan prikkels aan bieden op verschillende vlakken zodat men een reactie kan en mag krijgen op de omgeving of op de andere persoon. Basale stimulatie en snoezelen wordt niet meer alleen aan verstandelijk gehandicapte kinderen gegeven maar ook aan volwassenen met een verstandelijke handicap, dementerende ouderen,… In de instelling wordt niet specifiek gewerkt rond basale stimulatie. Toch komt dit in vele activiteiten tot uiting. Onrechtstreeks komt het dus wel voor onder andere in eetmomenten, snoezelsessies,… Basale stimulatie is niet hetzelfde als snoezelen. Het is niet op te vatten als een activiteit op zich, maar wel als een grondhouding. Snoezelen is gebaseerd op basale stimulatie. Basale stimulatie is gegroeid vanuit “de zorg voor” personen met een diep mentale handicap. Men gaat via aanraking en contact prikkels teweegbrengen in het eigen lichaam. Basale stimulatie is eigenlijk een besef laten krijgen van het eigen lichaam. Snoezelen daarentegen gaat verder dan het laten ervaren van het eigen lichaam. Snoezelen biedt prikkels van buiten af aan die de zintuigen gaan stimuleren. Men maakt hier gebruik van allerlei materialen zoals de voelpanelen. In Nederland wordt snoezelen meer gezien als een therapie waarbij de relatie tussen de cliënt en de begeleider zeer belangrijk is. Snoezelen is dan ook een proces waarbij begeleider en cliënt samen op ontdekking gaan en waar de begeleiding de cliënt gericht prikkels aanbiedt. DE DOELSTELLINGEN VAN HET SNOEZELEN Psycho-sensomotorische ontwikkelingsdoelen tijdens het snoezelen. De kinderen tijdens het snoezelen stimuleren om via hun zintuiglijke perceptie hun lichaam en hun omgeving te ontdekken. De kinderen tijdens het snoezelen motiveren om te experimenteren met hun zintuigen. De kinderen tijdens het snoezelen stimuleren om hun grofmotorische en fijnmotorische vaardigheden te ontwikkelen, opdat ze op deze manier hun lichaam en omgeving kunnen ontdekken. Het waarnemen via de dichte zintuigen: Somatische waarneming: aanraking van de kinderen tijdens het snoezelen, spanning/ontspanning en eigen hun lichaam laten ervaren. Vibratorische waarneming: tijdens het snoezelen de kinderen vibratorische prikkelingen laten ervaren. Vestibulaire waarneming: tijdens het snoezelen de kinderen hun lichaam in beweging laten ervaren. Ademhalingswaarneming: tijdens het snoezelen de kinderen laten ervaren wat een ademritme is. Het waarnemen via de verschillende zintuiglijke kanalen: Visuele waarneming: de kinderen tijdens het snoezelen visuele activiteiten aanbieden. Auditieve waarneming: de kinderen tijdens het snoezelen auditieve activiteiten aanbieden. Tactiele waarneming: de kinderen tijdens het snoezelen door middel van aanraking laten ervaren dat materialen anders aanvoelen. Smaakwaarneming: de kinderen tijdens het snoezelen verschillende smaken laten proeven. Geurwaarneming: de kinderen tijdens het snoezelen verschillende geuren laten ruiken. De Motoriek: De grofmotorische vaardigheden: De kinderen tijdens het snoezelen activiteiten aanbieden en oefenen. De fijnmotorische vaardigheden: De kinderen tijdens het snoezelen activiteiten aanbieden en oefenen. Lichaamsperceptie: De kinderen tijdens het snoezelen bewust maken van hun lichaam in de ruimte en de grenzen van hun lichaam laten ervaren, hun houdingen en bewegingen. Hen activiteiten aanbieden en oefenen. Socialisatie ontwikkelingsdoelen: De kinderen naargelang hun mogelijkheden leren om zelfredzaam te zijn op persoonlijk vlak. Het toiletbezoek en eten dagelijks oefenen. Hygiëne: kleding en lichaamsverzorging. De kinderen naargelang hun mogelijkheden leren om zelfredzaam te zijn op maatschappelijk vlak. Leefregels leren kennen. De kinderen bewust maken van hun interpersoonlijke vaardigheden door middel van conditionering en het aanbieden van oefensituaties. De kinderen tijdens het snoezelen muzische vorming aanbieden. De kinderen naargelang hun mogelijkheden veiligheidsvaardigheden aanleren. Cognitieve ontwikkelingsdoelen: De kinderen tijdens het snoezelen elementaire communicatieve vaardigheden aanbieden die aangepast zijn aan hun mogelijkheden. De kinderen verschillende communicatiemogelijkheden laten ervaren en ondergaan. De kinderen tijdens het snoezelen leren te communiceren en anticiperen met personen en voorwerpen. De communicatievaardigheden op juiste manier te leren hanteren. De kinderen tijdens het snoezelen leren omgaan met probleemsituaties en hen kennis bieden die aanleunen tegen het dagelijkse gebeuren. De emotionele en motivationele ontwikkelingsdoelen: Door middel van individuele begeleiding en een vertrouwelijke omgeving, de kinderen tijdens het snoezelen een veilig gevoel geven. De kinderen tijdens het snoezelen activiteiten aanbieden en hen hierbij aanmoedigen en motiveren, zodanig dat de kinderen een positief zelfbeeld ontwikkelen en op die manier besef en inzicht krijgen in hun eigen behoeftes, verlangens en gevoelens. Snoezel-uitleg: Snoezelen is als woord ontstaan uit de samenvoeging van twee woorden: snuffelen en doezelen. Snuffelen staat voor primaire activering: vooral gericht op zintuiglijke waarneming en ervaring ervan: licht, geluid, reuk, smaak en al wat voelbaar is. Dit ingaan op je omgeving is een meer actief gebeuren. Doezelen staat voor: een warm en behaaglijk gevoel van rust, ontspannen zijn, je overgeven aan… en is een meer passief gebeuren. Dit passief genieten wordt totnogtoe bij het snoezelen meer benadrukt dan de actieve vorm. Snoezelen is een activiteit in een aangepaste, daartoe ingerichte ruimte. Maar snoezelen is vooral een filosofie en benaderingsvorm. In de menswetenschappen heeft men reeds geruime tijd ontdekt dat het stimuleren van zintuiglijke prikkels het algemeen welbehagen kan bevorderen. In de snoezelruimte zal men sommige zintuiglijke prikkels bewust prikkelen en andere zintuiglijke prikkels op de achtergrond plaatsen. Dankzij de selectie van de prikkels zal de gebruiker van de snoezelruimte ofwel een relaxerende of activerende prikkel ervaren. We willen het belang onderstrepen dat snoezelen een interactie is, een doe-activiteit waarbij iedereen betrokken is. Snoezelen is voor ons een interactie tussen de persoon en zijn omgeving, maar vooral tussen mensen onderling. Het is een ontmoeting en de zintuigen vormen het medium voor dit contact. Deze omschrijving van het snoezelen heeft tot gevolg dat er aan de begeleider enkele belangrijke aandachtspunten worden gevraagd om rekening te houden wanneer men gaat snoezelen met personen met een handicap. Snoezelen is gewoon een uiting van respect voor de persoon met een handicap. Voorwaarde is wel dat het op een goede manier gebeurt. Dit betekent dat de begeleiders zich tijdens de snoezelmomenten op een intensieve manier zullen moeten inleven in de leefwereld van de persoon met een handicap. Goed observeren en rekening houden met de wensen van de betrokkene is de boodschap. Want wat voor de ene persoon leuk is, is dit niet noodzakelijk voor de andere. HOE KAN IK HET SNOEZELEN BEGELEIDEN? Wil je snoezelen optimaal benutten, dan dienen volgende elementen het snoezelen te ondersteunen: De juiste sfeer. Natuurlijk is de materiële sfeer tijdens het snoezelen belangrijk maar de begeleider moet die sfeer tot leven brengen door een vriendelijk woord, het invoelend vermogen. De grote sfeer makers tijdens het snoezelen zijn licht en geluid. Concreet houdt dit in dat werken met zachte gedempte verlichting en rustige achtergrondmuziek tijdens het snoezelen sfeerverhogend werkt. Tevens levert zacht praten hiertoe een extra bijdrage. Willen we deze sfeer tijdens het snoezelen vervolledigen dan moeten we gebruik maken van comfortabele zit- en lig elementen. De mogelijkheid zelf te kiezen: Waar snoezelen ook plaats mag vinden en om welk aspect van het snoezelen het ook gaat, de keuze van de activiteit hoort niet bij de begeleider maar bij de betrokkene te liggen. De mogelijkheid om zelf het tempo te bepalen: Dit heeft veel te maken met het vorige punt. Wij willen binnen het snoezelen het haasten zo veel mogelijk uitbannen. De betrokkene moet de tijd krijgen prikkels te kunnen opnemen, waarnemingen te verrichten, ervaringen op te doen en dit alles in zijn tempo. Onze zintuigen kunnen ‘vervuild’ raken. Wij gaan het vermogen missen spontaan op primaire prikkels te reageren. Onze rationele opstelling doodt vaak de stille verwondering die we te weinig kansen geven. De juiste tijdsduur: Probeer een rustige overgang te scheppen naar het snoezelen, door bijvoorbeeld eerst de achtergrondmuziek te starten, enkele grote lichten uit te schakelen en enkele spotjes in te schakelen. Evenals bij de start van het snoezelen moet gezorgd worden voor een rustige afbouw van het snoezelgebeuren. Een dergelijke sfeergevoelige snoezel-activiteit kan nooit abrupt beëindigd worden. Herhaling: Zelf zullen we tijdens het snoezelen zeer snel op een bepaald effect uitgekeken zijn, omdat we snel de opgedane prikkels respectievelijk waarnemingen kunnen ordenen en plaatsen. Zodoende wordt ons arsenaal aan ervaringen zeer snel uitgebreid. Wanneer iets rationeel is vastgelegd, dan is voor ons de verwondering al snel overgegaan in een ‘zo dat weten we weer’. Een betrokkene zal in al die onderliggende stadia van prikkelaanbieding, verwerking en ervaringen tijdens het snoezelen veel langer blijven vertoeven. Het selectief aanbieden van prikkels: We kunnen trachten ongewenst prikkels tijdens het snoezelen te elimineren. Binnen het gehele snoezelgebeuren is het selectief aanbieden van prikkels vereist en … mogelijk. De juiste grondhouding: Je kunt van alles leren, doch omgang met mensen en in het bijzonder met personen met een handicap, moet je liggen. Dat zijn persoonlijke kwaliteiten die niets te maken hebben met vaktechnische kwaliteiten. Het is een bepaalde gave om bij iemand een gevoelige snaar te raken. Je eigen gevoelens van plezier, warmte en genegenheid bepalen het geduld dat je opbrengt inde omgang met personen met een handicap. De juiste begeleiding: We moeten situaties creëren waarbinnen de betrokkene optimaal kan snoezelen. Dit houdt in dat we zijn/haar keuze, zijn/haar tempo respecteren, kortom hem/haar de tijd gunnen voor zijn/haar eigen beleving. Daarnaast willen we de betrokkenen ook laten merken dat hij/zij niet in zijn/haar eentje aan het snoezelen is, maar samen met de begeleider. Bij snoezelen betekent dit, dat we als leiding niet te veel moeten ingrijpen, niet te veel corrigeren aan de hand van ons eigen ‘normaal’ leven. Laat de betrokkene merken dat jij met hem/haar aan het snoezelen bent. Hoe kan men snoezelruimtes & snoezelhoeken het beste onderhouden? Op vlak van hygiëne: Het is makkelijker de snoezelruimte of snoezelhoek netjes te houden als de kinderen hun schoenen zouden uitdoen als ze willen snoezelen. Eventueel zouden ze slofjes of turnpantoffels kunnen dragen in het hoekje. Dit kan ervoor zorgen dat de kwaliteit van de materialen zo optimaal mogelijk blijft. Als de kinderen een ongelukje hebben, dan is het aangewezen de snoezel-materialen meermaals te reinigen met een ontsmettingsmiddel. De volgende elementen hebben regelmatig een grondige en regelmatige reiniging nodig: Donsdeken Deze kan gereinigd worden in de wasmachine. De instructies staan vermeld op het ticket dat aan het deken bevestigd is. Gordijnen (plafond + hanggordijnen) Deze kunnen gereinigd worden in de wasmachine op 30°C. Bij de vouwgordijnen moeten de houten latten en de touwtjes verwijderd worden. Grote matten en podium's Deze kunnen met een ontsmettingsmiddel gereinigd worden of met lauw water met afwasproduct. Nadien goed laten drogen. Kussens De overtrek kan van de meeste kussens afgehaald worden en in de wasmachine gewassen worden op 30°C. Matrassen De omtrek kan eraf genomen worden en kunnen in de wasmachine gereinigd worden op 30°C. Tafellaken Het tafellaken kan in de wasmachine gereinigd worden op 30°C. Vergeet echter niet eerst de eventuele lichtgevende elementen te verwijderen. Voelschorten Deze kunnen gereinigd worden nadat al de materialen van de voelschorten zijn verwijderd. De ‘kliksystemen’ die aan de schorten bevestigd zijn kunnen mee in de wasmachine gewassen worden. Ze zijn er tegen bestand. Voelwanden Deze kunnen gereinigd worden door een sproeier (voor vb. planten) te vullen met zoutwater of ontsmettingsmiddel en de voelplaten hiermee te besproeien. Hierna moet men ze zorgvuldig laten drogen. Voelzakjes De inhoud is verpakt in een plastiek zakje. Zo kan men deze reinigen door ze in een emmer met warm water en ontsmettingsmiddel of wasproduct te laten weken. Het is echter NIET AAN TE RADEN de washandjes in hun geheel in de wasmachine te doen. Hiervoor moet men de inhoud van de washandjes ontdoen en kan men enkel de washandjes reinigen op kookwas: 60°C of 90°C. Geurzakjes De geurzakjes kunnen gewoon in de wasmachine gewassen worden op kookwas: 60°C of 90°C. Nadien moet je er wel terug de juiste geur op doen. Op vlak van brandveiligheid MARA-Creations levert u ook spuitbussen die materialen brandveilig kunnen maken. Het is aangeraden geen kaarsen aan te brengen in de ruimte wegens verhoogd brandgevaar. Er zijn namelijk vele brandbare materialen aanwezig in de ruimtes. De doeken die aan het plafond bevestigd zijn, mogen niet in aanraking komen met de lampen. Op vlak van veiligheid Het is ten zeerste aangeraden dat 1 maal per week het materiaal wordt nagekeken. Er moet gelet worden op houtsplinters, losgekomen stukken aan de voelwanden, scherpe/loszittende schroeven of nietjes, … Deze kunnen dan vervangen en/of verwijderd worden door een ervaren persoon. Onderhoudscontract MARA-Creations biedt u een onderhoudscontract waarbij de gehele snoezelruimte, snoezelhoek, snoezelbadkamer of snoezelzwembad elk half jaar grondig wordt gereinigd en gecontroleerd. Neem contact met ons op voor meer informatie..!! HOE KAN IK SNOEZELEN? Lichaamsbehandeling, wat kan men aanbieden? Een bak met massageproducten: kies er maar een lekker geurtje uit. Enkele technieken zoals voetmassage, gezichtsmassage, massage van de handen. Kammen, borstels: zijn er personen bij die ervan kunnen genieten om eens wat langer gekamd of geborsteld te worden? Body-splash: spuit het op de huid en wrijf het lekker uit. Heel verfrissend symmetrisch aanbieden, anders is men maar half verfrist. Bakjes: 1 vullen met warm, 1 met koud, laat met sponsen het verschil in temperatuur voelen. Dekbed gevuld met papierproppen. Kussens gevuld met papier, bladeren. Bakjes met verschillende materies: gekookte pasta met olie, modder, maïs, zand,… Föhn: laat de lauwe lucht over hun lichaam gaan (opletten: niet te warm!). Aromatherapie Dit is een therapie met essentiële oliën. Dit zijn oliën die een krachtige positieve werking kunnen hebben op de gemoedstoestand van mensen en op het lichaam. Deze kunnen zowel gebruikt worden via de luchtwegen of via de huid (massageolie + 10 druppels etherische olie .. verwarmen). De verschillende geuren hebben ook ieder een andere functie. Doel: De gezondheid, het evenwicht en het welzijn van de gebruiker bevorderen. Concrete tips voor het snoezelen met essentiële oliën: Zorg ervoor dat de olie tijdens het snoezelen niet in contact komt met slijmvliezen (ogen, mond,…). Was je handen grondig na het gebruik van de oliën. Voorkom een olielaagje OP het wateroppervlak (één lepeltje room of één druppel wodka toevoegen). Probeer de olie eerst uit: doe één druppel olie op een watje en plak dit gedurende 24 uur op de pols, in de plooi van de elleboog of aan de binnenzijde van de arm. Bij allergische reactie mag de olie niet gebruikt worden. Gebruik GEEN eucalyptus, venkel en rozemarijn bij personen die gevoelig zijn voor epileptische aanvallen. Actie-reactie materiaal Materiaal dat door een bepaalde actie een reactie teweeg brengt. Zoals het indrukken van een knop waardoor een geluid wordt voortgebracht. Concrete tips: Het spelmateriaal eerder individueel aanbieden. Rekening houden dat er altijd een reactie optreed na de gestelde handeling/actie. (Dit impliceert dat bepaalde defecten van het materiaal tijdig kunnen opgespoord worden). Overprikkeling dient vermeden te worden. De begeleider moet inspelen op de individuele noden van de gebruiker. Men moet voldoende ruimte laten om de gebruiker te laten experimenteren en alleen daar waar nodig is, ondersteuning bieden. Muziekinstrumenten met trillingen Welke instrumenten geven trillingen? Harp Klankkast Mondharp Regenmaker Djembé Gitaar Xylofoon Klankschalen Wat kan men nog meer aanbiedentijdens het snoezelen? Ballon: tegen blazen/praten. Lage tonen neuriën tegen de borstkas van de betrokkene. Concrete tips: Bij het aanslaan van lage tonen ervaart men de meeste trillingen. Zorg voor geleidelijke opbouw naar plaats van aanbieden: soms wat verder af beginnen om aan het geluid te laten wennen. . Niet teveel geluidsprikkels door elkaar. Zorg voor een rustige sfeer tijdens het snoezelen en momenten van stilte. Varieer eens van plaats van aanbieden en observeer hun reacties. Sommige personen met een handicap houden van melodie: biedt bij hen de xylofoon aan. Trilelementen-en kussens tijdens het snoezelen. Ervaringen van het skelet tijdens het snoezelen. Aanbieden van trilelementen: hiel – knie – heup – borstbeen – schouders - ellebogen - begin van de handpalm – kaakbeen. Ervaren van de lichaamsvorm tijdens het snoezelen: Begin aan de hand of voet en volg de lichaamsvormen. Ga bijvoorbeeld volledig rond de arm. Spierontspanning tijdens het snoezelen: Het trilkussen is hiervoor het meest geschikt. Het trilelement wordt gedurende een langere tijd op dezelfde plaats aangeboden. Men kan het kussen bijvoorbeeld aanbieden in foetushouding. Concrete tips: Vibratie tijdens het snoezelen op eenzelfde plaats is in het begin steeds aandachttrekkend en na een poosje werkt het rustgevend. Zorg tijdens het snoezelen voor onderbrekeningen om aandacht te houden, om eventueel reacties uit te lokken en te kunnen observeren. Zorg voor opbouw tijdens het snoezelen: naar plaats van aanbieden: bijvoorbeeld handen, schouder, naar frequentie van trilling: lichte naar zwaardere.- Probeer het trilelement even bij jezelf, alvorens het aan te beiden aan de persoon met een handicap. Werk symmetrisch: trillingen aan één arm, ook aan de andere. Men kan ook trillingen aanbieden door klopjes te geven met de hand: techniek van ‘tappotage’: houdt de vingers aaneengesloten en licht gebogen, de duim schuilt aan zodat er een kleine holte ontstaat; klop vanuit de polsen; niet op onbeschermde delen of organen kloppen. Let op met trillingen ter hoogt van borstkas: de ruimte van de longen versterkt het gevoel van trilling. Door een brommend geluid te maken kan men trillingen via de borstkas van de begeleiding laten voelen. Maakt men een hoog geluid, dan geeft dat trillingen ter hoogte van het hoofd. Niet iedereen heeft graag trillingen. Heb daar oog en respect voor! Heb extra aandacht voor spastische personen..!! Hoe kan ik de snoezelruimte of snoezelhoek uitbreiden? De verdere uitbouw van de snoezelruimte of snoezelhoek kan niet zomaar gebeuren, hiervoor is er een goede observatie van de kinderen nodig. Bij het uitbreiden van de snoezelruimte of snoezelhoek, kunnen er nieuwe snoezel-materialen worden aangekocht. Hier dient men dan rekening te houden met bepaalde basiseisen. Welke zijn de basiseisen waaraan het snoezelmateriaal aan moet voldoen? Duurzaamheid. Het snoezelmateriaal moet bestand zijn tegen intensief en soms ruw dagelijks gebruik. Sterke slijtage hangt samen met het soort materiaal. Houten speelgoed is stevig. Kapot speelgoed heeft geen spelwaarde meer. Indien het niet meer te herstellen is, verwijder je het best. Constructie In verband met het herstellen en vervangen van onderdelen is een eenvoudige en stevige constructie van belang. Het is ook belangrijk dat de constructie aantrekkelijk en geschikt is voor herhaaldelijk gebruik. Vorm Deze moet functioneel, gemakkelijk hanteerbaar en eenvoudig van vorm zijn. De vorm moet ook prettig kunnen aanvoelen. Afmetingen Deze zijn aangepast aan de situatie. Bijvoorbeeld een grote vrachtwagen voor een bedlegerig kind. Hoe jonger het kind, hoe groter de afmetingen. Kleur en echtheid Frisse, heldere kleuren tijdens het snoezelen verhogen de aantrekkelijkheid en spreken het kind aan, ook als het de kleuren nog niet benoemt. Geen overvloed van kleuren. Kleurenechtheid is ook van belang, daar het wel eens gebeurt dat men het speelgoed/materiaal tijdens het snoezelen in zijn mond steekt. Tijdig ontsmetten is daarom belangrijk. Speelgoed/materiaal wordt het best schoongemaakt met desinfecterende middelen. Veiligheid Bij aanschaf van nieuw materiaal moet men rekening houden met scherpe randen, splinters in hout, kleine voorwerpen. Hygiëne Spelmateriaal moet afwasbaar zijn. Nog enkele tips..!! I.v.m. de materialen in de snoezelruimte of snoezelhoek Donsdeken: Het kan eventueel gevuld worden met grote en/of kleine ballen, ballonnen. De kinderen kunnen ook in het donsdeken kruipen (= als een slaapzak), maar ook erop liggen of eronder kruipen. Voelschorten: De materialen die aan de schortjes bevestigd kunnen worden, kan men het best in het kist/doos bewaren. Als men het kind de schort wil omdoen, kan men het kind zelf de materialen laten kiezen, zodat hij/zij ook kennis kan op doen van andere onbekende materialen. Het is goed als het kind meerdere malen een bepaald voorwerp ontdekt, dit kan hem/haar namelijk veiligheid bieden, een houvast. De bijtring (=sleutelbos) kan ook gebruikt worden om eventueel de smaak te stimuleren. Dit kan door er verschillende voedingswaren op te doen zoals bijvoorbeeld citroen- of appelsiensap, honing, choco,… Voel- en geurzakjes: Deze hangen omhoog aan een draad. Men kan deze er afhalen en aan de kinderen geven, zodat zij kunnen ontdekken wat er in de zakjes zit. Bepaalde zakjes bevatten een geurtje, maar deze dienen nu en dan eens besprenkeld te worden met een geurtje (etherische oliën). Een figuur geeft aan welke geur het zakje bevat. Snoezelen moet een “werkwoord” blijven, een proces waarin de actieve wisselwerking tussen de persoon met een handicap en de andere gebruikers en de begeleiders onderling, centraal staat. De eerste stap in dit snoezelproces is het scheppen van een sfeer door middel van zintuiglijke prikkels, om een zekere intimiteit op te bouwen. De tweede stap is het opbouwen van een affectief contact. De derde stap is het uitbreiden van het waarnemingsveld: de begeleider biedt selectief allerlei prikkels aan. Dat snoezelen, in deze context, niet beperkt hoeft te blijven tot snoezelen in een “snoezelruimte”, wordt dan ook duidelijk. Snoezelen mag geen doel op zichzelf worden. Snoezelen zou heel gewoon moeten zijn. Maar in een samenleving als de onze moeten we gewoon menselijke zaken zoals zintuiglijke waarnemingen en contact vorm geven via hulpmiddelen. SNOEZELEN? Liggend in een weide en kauwend op een grassprietje zien we de wolken aan ons voorbij trekken. Wij liggen lekker, het geluid van razende motoren is ver van ons, enkel het gekwaak van de kikkers in de sloot en het ruisen van de wind door de riethalmen is te horen. Een geur van vers gras, we voelen ons lekker ontspannen. Er verandert niets tot de pluimpjes van een uitgebloeide paardebloem, Voortgedreven door het zachte windje onze aandacht trekken. We trachten een paar van die parachuutjes te pakken. Even later plukken we zo’n uitgebloeide paardebloem en blazen de pluisjes van de bol om ze daarna zo ver mogelijk te volgen met de ogen. Na dit gesnuffel aan gras en weidebloemen soezen we weer weg. Heerlijk zo’n dagje snoezelen! Uit: ‘Snoezelen, een andere wereld’ van Hulsegge-Verheul MASSAGE TIJDENS HET SNOEZELEN. Arm- & handmassage tijdens het snoezelen: Gebruik voor elk van de armen één druppel massageolie. Neem de ene arm in je ene hand en strijk met je andere hand, vanaf zijn/haar pols langs de buitenkant van zijn/haar arm, naar omhoog. Herhaal deze beweging aan de binnenkant van zijn/haar arm. Kneed zijn/haar schouderspieren en beëindig je massage met enkele lange streken langsheen zijn/haar hele arm. Herhaal deze behandeling ook met zijn/haar andere arm. Zijn/haar handen masseer je met kleine bewegingen. Pak iedere vinger tussen je duim en wijsvinger en trek er even heel voorzichtig aan. Laat jouw vingers via zijn/haar vingertoppen naar beneden glijden. Voetmassage tijdens het snoezelen: Verwen de betrokkene tenslotte met een heerlijke voetmassage. Schenk ca. 1 theelepel massageolie in je ene hand. Wrijf je handen tegen elkaar en neem daarna zijn/haar ene voet in je handen. Leg je ene hand onder zijn/haar voetzool en je andere hand bovenop zijn/haar voet. Verspreid de massageolie door met je beide handen van zijn/haar hiel tot aan zijn/haar grote teen te glijden. Herhaal deze massagehandeling verscheidene malen, zodat de massageolie goed verspreid wordt. Behandel elke teen afzonderlijk met je vingers. Strijk hierbij vanaf het topje van zijn/haar teen naar de aanzet en vanaf zijn/haar grote teen tot aan zijn/haar kleine teen. Herhaal deze behandeling ook met zijn/haar andere voet. Neem daarna de bovenkant van zijn/haar beide voeten in je handen, terwijl je duimen op zijn/haar hielen rusten. Laat je duimen van zijn/haar hielen naar zijn/haar tenen glijden. Herhaal deze techniek verscheidene malen en verplaats daarbij telkens je handen van de zijkanten van zijn/haar voeten naar het midden van zijn/haar voetzolen toe. Elke massagestreek moet met voldoende zekerheid uitgevoerd worden. Wanneer hij met te weinig druk uitgevoerd wordt, zal hij slechts een irriterend, kriebelend gevoel doen ontstaan. Kleuren tijdens het snoezelen: De betekenis van kleuren..!! Licht en kleur beïnvloeden ons bestaan in vele vormen en op een omvattende wijze, daar het verschijnselen zijn die op ons gemoed inwerken en daardoor ook onze stemmingen en levensenergie ‘kleuren. Met de energie van de kleuren is het mogelijk niet alleen op lichamelijk maar ook op psychisch vlak, uiterst positieve veranderingen te verwezenlijken en het algemeen welzijn ingrijpend te verbeteren. Niet zomaar wat kleuren bij elkaar gooien, maar ook stilstaan bij hun betekenis en nagaan in welke zin zij helend kunnen werken voor de gebruikers. Al verschillende eeuwen lang proberen wetenschappers de aard van kleuren te doorgronden en zochten naar hun specifieke invloed op de mens. Eén van hen was Goethe (1749-1932). Hij kwam tot inzicht dat kleuren de menselijke psyche beïnvloeden en dat tussen kleuren en gewaarwordingen een nauwe relatie bestond. Zijn kleurenleer erkende en waardeerde de geweldige betekenis van kleuren en heeft tot op vandaag nog niets aan zeggingskracht en actualiteit ingeboet. Kleurenpsychologie Kleuren vormen de sleutel tot onze persoonlijkheid en zij hebben een enorme invloed op onze stemmingen en emoties. Wij praten over het `wit van de onschuld` of het `zwart van de dood`en babykleertjes zijn vaak roze voor het meisjes en blauw voor het jongetje. Dit komt, doordat de onderscheiden kleuren invloed hebben op onze reacties op de wereld om ons heen. In de reclame industrie wordt al sinds jaar en dag kleurenpsychologie toegepast. Kleur is een uitstekend diagnostische instrument, waarmee je tot de bodem van een emotioneel of lichamelijk probleem kunt komen en wel door te kloppen op de deur van het onderbewustzijn. Kleurenanalyse beziet de kleuren die de betrokkenen mooi c.q. lelijk vindt, omdat dat aangeeft, wat er diep in iemands geest schuil gaat. Zo`n onderzoek legt gevoelens, verlangens en denkpatronen bloot. Kleur kan erg nuttig zijn, wanneer wij onze gevoelens niet onder woorden kunnen brengen en vooral wanneer wij er niet zeker van zijn hoe het echt met onze gevoelens gesteld is. Het stelt iemand in staat om gevoelens van stress te uiten die met verdriet verbonden zijn, bijvoorbeeld als gevolg van een beroving van drank of drugsmisbruik. De kleuren die wij mooi of lelijk vinden, helpen de therapeut om probleemgebieden te onderkennen, die gezamenlijk kunnen worden behandeld. Een van de eerste psychologische kleurentest werd in de jaren`40 door DR.Max. Luscher ontworpen. Hij zag, dat de door ons gekozen kleuren nauw met onze karaktertrekken en handelwijze verbonden zijn, of anders gezegd, met de manier, waarop wij in het leven staan. Sindsdien zijn er vele andere tests onderworpen, die kleur met onze persoonlijkheid in verbinding brengen en, waarmee wij worden geconfronteerd, alsook met lichamelijke-, emotionele- en geestelijke probleemgebieden. Weerzin tegen kleuren – kleurentest: Wanneer u niet houdt van: Rood : is er sprake van frustratie, boosheid of een nederlaag. Oranje: is er sprake van uitputting, geestelijke- of lichamelijk vermoeidheid. Geel : is er sprake van teleurstellingen, een gevoel van machteloosheid. Groen : is er sprake van geestelijke stoornissen, eenzaamheid, afwijzing. Blauw: is er sprake van ongerustheid of angst, verlies van bezit of status, een gevoel tekort te schieten. Paars : is er sprake van pretenties, verwaandheid, ijdelheid, en het onvermogen om relaties in stand te houden. Bruin : is er sprake van verlangen om zich als individu te presenteren of om op eigen benen te staan. Zwart : is er sprake van een verlangen om alles onder controle te hebben en persoonlijke macht niet prijs te geven. Kleur, Toepassing van geneeskrachtige kleuren, Opgeroepen sfeer in een snoezelruimte of snoezelhoek. Paars: De zuivere kleur: vermindert de eetlust en seksuele lusten, seringenpaars: verhoogt de gevoeligheid Mystiek, raadselachtig, koel. Indigo: Rustgevend -tijdens het snoezelen,tegen slaapstoornissen, als vloer- of plafondkleur maakt de snoezelruimte of snoezelhoek een meer bescheiden indruk. Concentratie, wekt de indruk dat het om iets kostbaars gaat. Blauw: Rustgevend –maakt een snoezelruimte of snoezelhoek koeler, verlaagt de bloeddruk, gaat slaapstoornissen en nervositeit tegen. Lichtblauw: geeft een snoezelruimte of snoezelhoek extra ruimte en diepte Koel, diepte, breedte, rust, helderheid, concreetheid. Turkoois: Versterkt de immuniteit ‘Koel’, netheid, hygiëne Groen: Neemt stress weg, kalmeert, helpt samen met goud bij stoornissen in de hartfunctie, warmte, natuurlijkheid, levendigheid, vriendelijkheid. Geel: Maakt een snoezelruimte of snoezelhoek lichter, versterkt de eetlust, activeert de spijsvertering, netheid, vrijheid, warmte. Oranje: Verbetert het prestatievermogen, houdt alert; geeloranje versterkt de eetlust, warmte, energie, gezelligheid. Rood: Stimuleert de seksualiteit, geeft energie, kracht, potentie, energie, dynamiek, mannelijkheid. Roze: Maakt gevoelig, kalmeert, tempert agressieve neigingen, vrouwelijkheid, zachtheid, tederheid, lichtheid. Bruin: Aardt, geeft bescherming en zekerheid, creëert een spelonkachtige sfeer (ongeschikt voor kinderen) warmte, gezelligheid, ‘vaste grond onder de voeten’ Beige: Zorgt voor geestelijke rust en diepte, warme helderheid Zwart: Geen geneeskrachtige werking, dominant, hardheid. Grijs: Geen geneeskrachtige werking neutraal, koud. Wit: Verheldert het denken Netheid, antisepsis. Licht, welbevinden en gezondheid Licht is een natuurlijk verschijnsel dat zich volgens vaste wetten gedraagt en meetbaar is. Ondanks de bestaande wetenschap wordt licht niet door iedereen op dezelfde wijze ervaren. Het blijkt dat ieder mens licht in het algemeen wel op ongeveer dezelfde manier met de ogen waarneemt, maar dat de informatie die naar de hersenen wordt doorgegeven afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden wordt verwerkt. Hieruit blijkt dat de wijze waarop iets verlicht is in een snoezelruimte / snoezelhoek, of welk licht gebruikt wordt in bepaalde snoezelruimtes, op de ene persoon een positieve en op de andere een negatieve invloed kan hebben. Ook heeft de psychologische beleving van licht soms te maken met herkenbaarheid van de omgeving en objecten hierin. Verlichting bepaalt de sfeer Over licht en verlichting wordt door architecten en ontwerpers, in emotionele zin, gesproken in termen van een bron van leven, emotie, magie, warmte en een metafoor van mysterie. Licht is een ervaring, is speels, expressief, maar kan tijdens het snoezelen ook als agressief worden ervaren. Het geeft mensen een veilig gevoel. Het levert reflecties, schaduwen, vormen, licht/donker contrasten op en bepaalt de atmosfeer en de ruimte. Al deze uitingen geven duidelijk aan dat verlichting tijdens het snoezelen erg belangrijk is en niet alleen gebruikt kan worden om overal veilig te zijn en om alles duidelijk te zien. Het bepaalt in sterke mate de sfeer en het welbevinden in een snoezelruimte of snoezelhoek. Bepalende factoren voor de keuze van verlichting Voor wat betreft de beleving van het interieur, de sfeer en de gebruiksmogelijkheden van de ruimte zijn er talrijke keuzemogelijkheden in verlichting. Het is niet gemakkelijk een keuze te maken uit het enorme aanbod in verlichting. Er zijn een aantal factoren die belangrijk zijn bij deze keuzebepaling: Het kleurgebruik in het interieur en de onderlinge beïnvloeding door het kunstlicht De nodige hoeveelheden licht op verschillende plaatsen in de snoezelruimte of snoezelhoek. De onderlinge helderheidverhoudingen in de snoezelruimtes: bepaalde verschillen maken de ruimte niet alleen bruikbaarder voor verschillende activiteiten, maar ook aantrekkelijker en levendiger. Zijn de verschillen echter te groot, dan kan dit op lange duur vermoeiend werken en zelfs hoofdpijn tot gevolg hebben. De wijze waarop verschillende lampen het licht uitstralen en de eventuele decoratieve werking daarvan. De vormgeving van de lampen en de afmetingen hiervan, in verhouding tot het interieur. Bij de aansluitmogelijkheden voor de verlichting dienst men zich af te vragen waar en hoe deze kunnen worden aangesloten en bediend. De mogelijkheden om de verlichting te dimmen en/of gedeeltelijk in en uit te schakelen: dit is handig bij het afstemmen op sfeer en gebruik, zowel voor de hele snoezelruimte zoals ook plaatselijk. De veiligheid en beveiliging: is het mogelijk de schakelaar te vinden zonder te vallen over of zich te stoten aan allerlei voorwerpen? Is het mogelijk om overal veilig te komen als de verlichting aan is? De aankoopkosten: om een prettige sfeer te krijgen en een goede verlichting bij allerlei werkzaamheden is een lichtplan zeker de moeite waard. Niet alleen meubels en stoffering bepalen een prettige sfeer tijdens het snoezelen, verlichting is even, zo niet belangrijker..!! Geluid wat we horen: Geluidsprikkels: Muziek is meer dan een auditieve zintuiglijke prikkel. Iedereen van jong tot oud reageert op muziek. Emotioneel beleven van muziek: Muziek kan emoties en gevoelens losmaken. Muziek kan ons verwarren of beangstigen, maar ook verblijden en opbeuren. De zintuiglijke waarneming van muziek brengt in ons een proces op gang dat leidt tot het mee beleven van en het reageren op het muzikale klankspel. Hoe sterker de waarneming, hoe dieper de inwerking. Het bewegingsspel van de muziek roept beweging op bij het kind met een handicap. Muziek maakt iets wakker en leidt tot lichamelijk reageren. Denk maar aan ritmische dansmuziek. Contact door muziek: Bij het snoezelen wordt muziek op twee manieren gebruikt, namelijk als middel om een sfeer te scheppen én als middel om contact te maken. Muziek als sfeerschepper wordt vooral gebruikt om rust en ontspanning te creëren tijdens het snoezelen. De muziek die daartoe bruikbaar wordt geacht, zijn de meer meditatieve muziekstukken uit de New Age muziek, maar ook instrumentale klassieke muziek. Ook de zogenaamde Gaiamuziek die bestaat uit vertrouwde natuurgeluiden werkt zeer rustgevend. Hierbij hanteert men geluiden zoals het gezang van vogels, de muziek van de wind, het ritme van de kletterende regen, het ruisen van een waterval. Echte snoezelmuziek bestaat niet, wel muziekstukken en geluiden die meer geschikt zijn voor het snoezelen. In vakliteratuur vind je vaak overzichten van muziekstukken, geordend in drie categorieën. Er is: Rustgevende muziek Vrolijke opgewekte muziek Ontroerende of droevige muziek Het is belangrijk dat men de muziekkeuze telkens afstemt op de belevingswereld van het kind met een handicap. De ouder of begeleider zal een keuze maken tussen, ofwel de aanwezige stemming verder uit te lokken, ofwel de stemming te veranderen vanuit het aanvoelen van datgene waaraan het kind op dat ogenblik behoefte heeft. Het is tenslotte belangrijk dat bij het snoezelen muziek kan afgewisseld worden met STILTE. Men hoeft niet overspoeld te worden met allerlei zintuiglijke prikkels, ook niet met muziek. Een overdaad aan muziek neemt het verrassingseffect weg en zwakt de behoefte tot luisteren af. Het ervaren van stilte werkt ook zeer bevrijdend.
 

Favorieten